NL | EN
Deeldit
opFacebook
Deeldit
opTwitter

Let's talk about video art

Interview met Bart Rutten

Let's talk about video art

27-11-2013 | 15.31

Op 28 november openen we de laatste editie van Stedelijk at Trouw: Contemporary Art Club - Part 3: DATA. Het is de grote finale van de samenwerking in 2013: drie tentoonstellingen met film- en videowerken waarvan de soundtrack en het sounddesign –geïnspireerd op pop en film– bepalend zijn voor het kunstwerk. We spraken met conservator van het Stedelijk, Bart Rutten bij hem thuis onder het genot van een kopje koffie. 
 
Ben je trots op het resultaat van Stedelijk at Trouw en wat we hebben neergezet de afgelopen drie edities?
“Jazeker, ik ben heel trots op wat er is neergezet. Vooral omdat het ambitieniveau qua inhoud en presentatie hoog is gebleven. Het zijn steeds werken van kunstenaars geweest met een sterke internationale reputatie die evengoed in het Stedelijk hadden kunnen staan. Ik denk echt dat we jonge creatievelingen, die een blinde vlek hebben voor of zelfs een sceptische houding hebben ten aanzien van hedendaagse kunst, hebben kunnen verrassen. Nee, sterker nog: hebben kunnen trakteren op hele goede kunst!”
 
Het is geen toeval dat er is gekozen om videokunst te vertonen in Trouw. Videokunst en muziek vertonen grote parallellen, kan je daar iets meer over vertellen?
“Er zijn inderdaad grote parallellen te vinden tussen de opkomst van elektronische muziek en die van video kunst. Vooral als je bijvoorbeeld kijkt naar de opkomst van de sample, dit gold toentertijd natuurlijk ook voor beeld. De doorbraak van de glitch-based elektronische muziek liep samen met die van het sample gebruikt in video en de opkomst van de videoclip. Het is jammer alleen dat de videoclip nooit echt serieus is genomen. Als je kijkt naar het Groninger museum, zij hebben een collectie videoclips samengesteld en wilden dit ook graag tentoonstellen, maar dit liep dan weer stuk op de muziekrechten. Dat is ontzettend jammer, want juist de muziekvideo verdient vaak een plaats in het museum en is ook een mooie manier om aan te geven hoe muziek en video met elkaar verbonden zijn.”
 
Ben je nooit bang geweest dat videokunst zijn impact zou verliezen, zeker nu iedereen zo gewend is aan het medium?
“Ja, maar een goede kunstenaar bestaat nooit bij de gratie van één goed werk, een goede kunstenaar bestaat doordat hij een oeuvre opbouwt, een opvolging is van verschillende werken. Of dat hij je uitdaagt als je een werk hebt gezien ook het ander te bekijken. Daarnaast is de presentatie van het werk zo essentieel. Dat zie je heel goed terug in Trouw. Je kan het bijna vergelijken met een tekening die je naturel of ingelijst laat zien.”
 
Bedoel je dat de presentatie in Trouw anders is en zorgt voor een andere beleving van het werk?
“Als je een kunstwerk laat zien in een neutrale omgeving, dan heeft het heel duidelijk de boodschap ‘dit is kunst’. Je wordt als publiek al automatisch geattendeerd dat je op een andere manier moet gaan kijken. Als je in een clubomgeving bent wordt je niet meteen blootgesteld aan de museale presentatie en dat is echt een groot verschil, omdat je als het ware anders geïntroduceerd wordt aan het werk. Daarom zijn we ook heel bewust van de presentatie van de werken in Trouw. We vinden dat we het publiek toch een beetje moeten sturen met behulp van zaalteksten zodat mensen toch weten dat ze met een bepaalde concentratie moeten gaan kijken.”
 
Er is ook steeds meer kunst te vinden op het internet, weer een andere vorm van presentatie.
“Ik vind internet een heel slecht medium voor kunst, omdat je zo snel wordt afgeleid. Met één klik ben je alweer weg of je krijgt allemaal pop-ups dat je weer mail hebt. Het zou echt fantastisch zijn als iedereen zijn mobiele telefoon moet uitzetten in een museum, zodat je je ook kan verliezen in de ervaring van het kunstwerk.
Maar laten we duidelijk zijn dat er voor mij ook een groot verschil is tussen data-based kunst en event-based kunst. Het feit dat kunst er is op internet is fantastisch voor research en dergelijke, maar kunst is bovenal een ervaring en daarom is de presentatie van het werk zo belangrijk en bepalend. Hetzelfde geldt ook voor film. Het mooiste van de bioscoop is niet het formaat scherm, maar dat je met zijn allen in een zaal zit en een ervaring deelt en die emotie samen voelt. En die emotie is heel anders dan dat je die voelt thuis achter de computer als je dezelfde film kijkt.”
 
Heb je leuke reacties gehad van kunstenaars die werk hadden hangen in Trouw?
“Jazeker! Van Rineke Dijkstra, zij was erg enthousiast over de presentatie van de Buzz Club, wat toch een iconisch werk is en al zo vaak is gepresenteerd in een wit museum. Dit werk kwam nu echt weer even tot leven in Trouw, het was weer even thuis na een lange reis van ‘white cube’ naar ‘white cube’. Zoals je vroeger naar je ouders ging om weer even bij te slapen en goed te eten, zo kon de Buzz Club weer even uitrusten en op adem komen om vervolgens weer de vermoeiende tocht te maken langs de witte kunstruimtes door de hele wereld.”
 
Zou Rineke Dijkstra haar werk vaker willen tentoonstellen in een clubomgeving?
“Dat weet ik niet. Rineke is daar heel zorgvuldig mee. We hebben ook nog gekeken naar de The Krazy House, maar daarvan vond ze dat het eigenlijk nog niet genoeg vertoond was om dit aan te kunnen. Dat vond ik eigenlijk wel een mooi gegeven, dat je er als kunstenaar zo over kan denken, alsof je je kind eerst groot moet brengen voordat het in een dergelijk clubomgeving kan zijn.”
 
Onze laatste vraag: naar welke muziek luister je zelf graag?
“Ik was vorige week bij The National, dat was echt geweldig! Maar mijn muziek smaak is heel breed. Het gaat inderdaad van The National tot elektronische muziek. Ik probeer alles wel bij te houden, maar dat gaat de laatste tijd wel wat lastiger aangezien er ook wat aandacht van me wordt gevraagd (lacht naar zijn dochter die al het hele gesprek op zijn schoot zit). Vroeger had ik een muziekgroepje met vrienden waar we eens per maand samen kwamen om naar muziek te luisteren en uit te wisselen, echt het pre-Spotify tijdperk. En we brandden heel veel cd’tjes voor elkaar, die heb ik trouwens ook nog allemaal!”
“Maar wat ik zelf interessant vind aan mijn eigen muziekgeschiedenis, is dat ik een aantal muziekrevoluties zelf heel bewust heb meegemaakt. Toen ik 18 was, was daar opeens de grunge die ik heel intens heb beleefd, inclusief haren tot over mijn rug. Daarna kwam de house samen met clubs zoals de RoXY en in dit genre verloor ik mezelf ook helemaal. Maar op een gegeven moment ging alles in elkaar overlopen en verdwenen deze sterke subculturen. Dat is nu misschien wel helemaal op zijn top. Alles loopt door elkaar heen. En Trouw is daar natuurlijk een goed voorbeeld van.”