NL | EN
Deeldit
opFacebook
Deeldit
opTwitter

Chili con Carlos

Interview met Carlos Valdes

Chili con Carlos

27-09-2013 | 15.52

Carlos Valdes mag je rustig een vaste waarde in het Amsterdamse nachtleven noemen. Even een paar trefwoorden om het geheugen op te frissen: Studio Soulrock, Sandrien, Chili, Crackhouse ABC, Steffi en Les Enfants Terribles. Maar wie is Carlos nou eigenlijk?
 
Om te beginnen: één van de aardigste jongens in de business. Altijd vriendelijk, altijd vrolijk – had ie maar altijd die leuke bloem achter z’n oor – en als dj een echte ‘floor destroyer’ als je ‘m de ruimte geeft. Dat vriendelijke en vrolijke moet iets te maken hebben met het land van z’n ouders: Chili of, als je het op z’n Spaans uitspreekt, Chile. Carlos zelf is in Amsterdam geboren, maar z’n wortels zijn onmiskenbaar Latijns-Amerikaans en dat maakt nieuwsgierig.
 
Hoe vaak ben je in Chili geweest?
“In totaal vijf keer, maar ik ben er pas op latere leeftijd voor het eerst naartoe gegaan, zo rond m’n achttiende. M’n ouders zijn in de jaren ’70 gevlucht voor generaal Pinochet, maar ze hebben elkaar pas in Nederland leren kennen. Ze hebben nog geprobeerd mij Spaans bij te brengen, maar dat is niet gelukt. Ik wilde niet. Maar nu ik zelf een paar keer in Zuid-Amerika ben geweest, is de motivatie groter om de taal te leren spreken. Ik ben ook steeds meer de Chileen in mezelf gaan herkennen. Inderdaad die vriendelijkheid, de warmte tussen familieleden en vrienden, de saamhorigheid: ik herken ’t allemaal. En ja, ook wel dat mañana… mañana haha.”
 
En muziek, hoe staat ’t daarmee?
“Mijn opa van moeders kant had een radiozender en m’n vader heeft onlangs zelf nog een gitaar gebouwd, dus er is zeker een link met muziek. Maar verder heb ik vooral zelf m’n weg gevonden. In Chili is trouwens een dancescene die klein, maar ook fijn is. In Santiago de Chile heb je bijvoorbeeld Club La Feria, waar echt grote namen draaien voor pak ‘m beet tweehonderd man. Ricardo Villalobos (ook van Chileense afkomst, BvL) draait er altijd als hij weer in het land is. Ik heb er in 2001 ook een gig gehad, met m’n twee tassen met platen uit Nederland. Ging oké, maar ik heb betere herinneringen aan Quinto Sol, een kleine, fijne cultclub, ook in Santiago. Of aan Pucón in de bergen, waar ik letterlijk in een houten hut stond te draaien. In Zuid-Amerika is een gig al snel een feest, maar het kan ook heel avontuurlijk uitpakken.”
 
Vertel!
“Ik heb in 2009 een minitoernee door Chili, Ecuador en Brazilië gemaakt. In Ecuador kende ik helemaal niemand, maar ik had er opeens toch een gig te pakken, meteen m’n best betaalde ooit in Zuid-Amerika. Ik werd bij m’n hotel opgehaald door twee figuren, gewapend en al. Dat was echt even schrikken. Vervolgens gingen we rijden, een heel eind dwars door de bananenplantages de bergen in. De plaats van bestemming bleek bovenop een berg te liggen, aan een kunstmatig aangelegd meer, compleet met jetski’s. Wat bleek? Ik moest daar draaien voor de zoon van één van de rijkste mannen van het land, en er waren maar een man of tien aanwezig. Bizar gewoon. En nee, dat zou ik zo nooit meer aanpakken. Isis (van der Wel, BvL) heeft wel eens een gig voor me geregeld in Argentinië, in Buenos Aires. Dan sta je ’s nachts om 2 uur in de open lucht te draaien voor een feestvierende menigte van duizend man. Opwarmen hoeft niet, want iedereen staat meteen te dansen. Hetzelfde geldt voor Sao Paolo: je begint te draaien en binnen een half uur is het écht feest!”
 
Wat wil je kwijt over de twee vrouwen in je leven: Steffi en Sandrien?
“Steffi heeft me enorm geholpen bij het goed neerzetten van Studio Soulrock als label. Dat was in het begin een soloproject van me (Carlos achterstevoren is solrac = soulrock, BvL). Steffi runde toen haar eigen label Klaxon en had al veel meer ervaring met mastering en distributie. Maar ze heeft me vooral op weg geholpen bij het ontwikkelen van een eigen visie. Ze is altijd streng, kritisch en eerlijk geweest, precies wat je nodig hebt als startende ondernemer. Als ik in Berlijn ben, probeer ik haar altijd ergens te zien. We hebben nog steeds erg goed contact. Overigens ben ik kort geleden gestopt met Studio Soulrock als agency. Ik heb ’t te druk met draaien en feesten organiseren, en daar wil ik me nu vooral op concentreren. Zelf produceren wordt dan ‘the next level’. In januari zijn de LET boys mijn management gaan doen en in mei ben ik resident geworden van hun avonden. Nu ik gestopt ben met het agency, doet Dennis van LET ook mijn boekingen en dat voelt erg goed. De focus ligt daardoor voor mij volledig op mijn muzikale carrière en op het geven van feesten.”
 
En hoe zit ’t met Sandrien?
“We go long way back. Toen we elkaar ‘echt’ ontmoetten, tijdens een editie van Chemistry in ’99, draaide we beiden al in de Blitz in de Reguliersdwarsstraat. Er was inderdaad chemie tussen ons, een echte klik. Maar ik was toen nog niet heel serieus met draaien bezig. Ik verzamelde muziek en draaide af en toe op feestjes. En Sandrien zat in het nationale hockeyelftal, dus die was in die periode vooral met sport bezig. Maar vriendschappelijk en muzikaal gezien trokken we steeds meer naar elkaar toe, en het draaien werd voor ons beiden steeds serieuzer. We hebben nog een keer samen in München gedraaid en dat ging erg goed. Maar door de jaren heen hebben we vooral onze eigen stijl gezocht, zij meer richting techno, ik meer richting house in de breedste zin. Het is yin en yang, we kennen elkaar goed en vullen elkaar aan. Als we samen draaien, gooit zij de ‘power’ erin. Maar ik kan haar nu wel bijhouden als we samen draaien, haha.”
 
En dan vanavond Discovery Festival x Les Enfants Terribles.
“Ja, vet veel zin in. Ik open met een set van twee en een half uur. De rode draad wordt rauwe house. Dat is waar ik voor sta.”
 
Tekst: Bonita van Lier