NL | EN
Deeldit
opFacebook
Deeldit
opTwitter

Malawi Interview Circle

Malawi Interview Circle

06-06-2013 | 20.48

Sinds hun vorige thuisbasis een maand geleden is gesloten heeft dj-collectief Malawi geen vaste verblijfplaats meer – gelukkig draaien ze aanstaande vrijdag op hun favoriete plek in het universum en nemen ze De Verdieping een nacht lang over. Hierin worden ze bijgestaan door hun favoriete dj-duo - de broertjes Oberman, bestaande uit Clone-crack Sjoerd Oberman en de in Berlijn woonachtige Job Oberman, wiens platen onder een mysterieus alias al meermaals in Trouw te horen waren. De Malawi boys draaiden afgelopen Nieuwjaarsdag al in Trouw en hun wonderboy Job Jobse staat er bijna elk weekend. Toch stellen ze zich bij dezen graag nog eens aan jullie voor. Speciaal voor Trouw interviewden de boys elkaar – Luc Mast, Andrei Vilcov, Blanke, Job Jobse en Arif Malawi in een cirkelinterview.

Luc: Andrei, je hebt veel verschillende kanten en minstens zoveel kwaliteiten. Wat is - puur als DJ - je grootste kracht?
Andrei: Dank je wel Luc. Ehm, tja, lastig… Aangezien ik nooit heb leren mixen zou ik mezelf geen DJ durven noemen. Laten we zeggen dat elk voordeel zijn nadeel heeft; omdat ik altijd maar een of twee platen opzet op een avond, zijn het altijd degene die ik het liefst wil horen. Niet bepaald een kwaliteit, maar het is wel mijn kracht. Ik durf ook wel te zeggen dat ik niet bang ben om af te gaan. Het vereist best veel moed om voor een zaal mensen iets op te zetten terwijl je geen flauw idee hebt wat je aan het doen bent. Laten we het maar Dutch courage noemen…

Luc: Zestien jaar geleden dropte Daft Punk Revolution 909. Wanneer komt volgens jou de revolutie?
Andrei: Goede vraag Luc. Als ik niet zo druk was geweest met Malawi, had ik mezelf een jaar lang in de bieb opgesloten en over deze vraag nagedacht.

Luc: Beschrijf je ideale festivaldag.
Andrei: Nou, ik moet opeens denken aan iets waar ik ooit op gewezen werd, waar ik me toentertijd niet bewust van was. We waren verleden jaar met Malawi op het 8bahn festival. Het was al nacht en ik was met een vriend de podia aan het verkennen. Op onze weg kwamen we zo ongeveer alle leden van Malawi afzonderlijk tegen die dan ergens in hun eentje naar muziek stonden te luisteren. Ik denk dat dat is wat een festival onderscheidt van andere evenementen. Je kan lekker vrij rondlopen; af en toe iedereen afschudden en in je eentje ergens naar muziek gaan luisteren. Wellicht kom je later weer iemand tegen, ga je samen eten en aan het eind van de dag ben je op zoveel plekken geweest dat je nauwelijks nog het gevoel hebt dat het allemaal op een en dezelfde dag plaats zou kunnen hebben gevonden. Dingen als weer zijn secundair. Ik houd sowieso niet van de -het-is-lekker-weer-laten-we-naar-het-park-gaan- cultuur die in Amsterdam heerst. Of wilde je een line-up of iets dergelijks horen? (Doe maar iets met Legowelt.)

Andrei: Is er een verschil tussen de muziek die je thuis luistert en de muziek die je opzet in een club?
Blanke: Ja, thuis luister ik vrijwel alleen naar Spaceghostpurrp, Koopsta Knicca, Tommy Wright the Third, Zomby en Johnny Cash.

Andrei: Ben jij over twintig jaar nog steeds in een club te vinden? Zo ja, hoe zie je jezelf?
Blanke: Ja, ik heb dan lang vaal haar en een blonde snor en ga verscholen onder de naam Alex Smid.

Andrei: Als Malawi een boyband zou zijn. Wie zou welke rol hebben, en wie zou de leider zijn?
Blanke: Ik zou Nick Carter zijn.

Blanke: Hoe is je bijzondere relatie met melk ontstaan?
Job: Dat zou ik niet precies durven zeggen, maar zolang ik het me al kan heugen, drink ik melk bij alles. Of het nou bij het ontbijt is, bij mijn avondmaaltijd of als ik koekjes eet… Altijd. Ik heb het nou eenmaal nodig, anders raakt mijn maag van streek. 

Blanke: Welke vijf nummers heb je nog niet durven draaien met Malawi?
Job: Het klinkt misschien stom, maar met Malawi durf ik werkelijk waar alles te draaien. Zo is de groep ook ontstaan: hangen met vrienden en alles draaien waar je zin in hebt.

Blanke: Wat is de kracht van deze clubscene?
Job: Amsterdam! De stad is momenteel on fire. Overal om ons heen gebeuren toffe dingen. Als het om Malawi specifiek gaat is het 100% onze achterban. Elke keer verbaas ik me er weer over hoe te gek deze is. Van begin tot eind vooraan, alles geven, keihard dansen, joelen, schreeuwen, confetti. Fantastisch.

Job: Als Mr. Malawi, kan je ons vertellen waar de naam Malawi vandaan komt?
Arif: Helaas weet ik dat niet meer. Maar misschien is het een verbuiging voor Schorsch Kamerun van Die Goldenen Zitronen?

Job: Jij bent duidelijk het organisatorisch talent van de groep. Waar komt dit fantastische talent vandaan?
Arif: Dankjewel, maar volgens mij ben ik dat talent kwijt geraakt. Evenals mijn sleutels. Die heb ik gisteren 6 uur lang lopen zoeken en toen opgegeven..

Job: Op welke plek zou je nog willen draaien met Malawi. En welke track zou je dan absoluut droppen?
Arif: Luc en ik willen al jaren in de Häagen-Dazs winkel op Rembrandtplein draaien. We werden een keer bijna gebookt maar toen ging het toch niet door. Als het ooit nog gebeurd ga ik Karen O vs Kool Keith - "The Teaser" draaien, duidelijk.

Arif: Luc! Bij jou thuis ging altijd al om muziek, je vader gaat nog steeds naar concerten van nieuwe bands, etc. Wat is je vroegste herinnering aan muziek?
Luc: Dat is waar, ik weet nog goed dat ik veel naar The Beatles en Marc Almond luisterde toen ik een jaar of zes was. Ook weet ik nog dat ik een vreselijke hekel had aan Joy Division, en nog meer aan Talking Heads. Ik heb mijn vader toen verboden Talking Heads te draaien als ik ook in de woonkamer was.
Als het om het bezoeken van concerten gaat, kan ik me nog goed herinneren dat we altijd naar Parkpop gingen, dat is een gratis en megagroot festival – volgens mij het grootste in Europa. Parkpop was toen een stuk toffer dan het nu is, iedereen kon gewoon in en uit lopen zonder gecontroleerd te worden, dus letterlijk alle soorten mensen hingen daar rond. Die vrije sfeer vond ik te gek; ik weet nog precies dat ik mijn vader vroeg waar ik m’n lege colabekertje moest laten en hij antwoordde: ‘Gooi maar op de grond’. Dat was zo cool.
Het eerste ‘echte’ concert dat ik met mijn vader bezocht was Krezip in Nighttown, een zaal die later veranderde in Watt en weer twee jaar later haar naam verandere in Lef XL (ik verzin dit niet). Ik heb het gevoel dat een stel complete idioten daar het de laatste jaren voor het zeggen heeft gehad – die verdienen echt een prijs voor het verneuken van een toffe locatie in een zo’n kort mogelijke tijd (al is wat dat betreft de concurrentie in Rotterdam vrij groot). Nu staat het volgens mij ook alweer een tijdje leeg. Maar goed, Nighttown was cool toen en Krezip ook - “I Would Stay” is een keiharde classic als je mij vraagt. … I have to learn, have to try, have to trust, I have to cry. Have to see, have to know that I can be myself, yeah.

Arif: Nu over de toekomst. We gaan naar de maan en komen nooit meer terug. Je mag drie LPs meenemen, welke?
Luc: Sommige platen kan ik echt elke dag luisteren; Musik von Harmonia, Illinois van Sufjan Stevens en Caribou’s Andorra bijvoorbeeld. Maar liever neem ik platen mee die ik nog niet echt ken – wat nieuwe muziek voor de maan. Dan koos ik La Monte Young’s The Well-Tuned Piano – een 5xLP minimal music improvisatie, kost wel een kleine 800 euro op Discogs; John en Alice Coltrane’s Cosmic Music – voor wat echte liefde; en Holdens The Inheritors, die volgende week uitkomt. Ik heb die plaat al deels (in Trouw!) gehoord, maar nog niet helemaal; toch weet ik zeker dat het een van mijn favoriete platen wordt. ..wow, ik zie mezelf nu al dansen op Renata op de maan.

Arif: En over heden: wat ga je aanstaande vrijdag in Trouw sowieso draaien?
Luc: Een paar weken geleden heb ik een edit van Cat Power gemaakt, die ga ik absoluut draaien. En natuurlijk de demoversie van Olffs House Train. Waarschijnlijk twee keer, en wie weet draaien we hem zelf drie keer als Job hem ook dropt.

Photo credits: Fenna Fiction