NL | EN
Deeldit
opFacebook
Deeldit
opTwitter

Job’s diner

Job’s diner

13-02-2013 | 11.07

Nadat DJBroadcast eind 2012 de jaarlijstjes van een aantal bekende Nederlandse DJ’s had geplaatst, wees een goede vriend me lachend op de korte Q&A met Job: “Kijk, Job zegt weer dat dit het jaar was dat hij zich voor het eerst écht DJ voelde.” Al lijkt het wat uit de lucht gegrepen – zo vaak wordt Job niet geïnterviewd, volgens mij heb ik zelfs de eer als eerste een hele pagina aan hem te mogen wijden – het is een quote die volgens mij veel over Job zegt. Waar hij ook draait, Job straalt altijd een beetje uit of hij voor het eerst mag draaien. Het is niet dat hij van de zenuwen platen uit zijn handen laat vallen of angstig naar de mixers lichtgevende knopjes kijkt, maar juist een tevreden houding die uitdraagt dat hij nauwelijks kan geloven dat hij echt in een club staat te draaien, voor een publiek dat danst.

Toen ik werd gevraagd om Job te interviewen, twijfelde ik of dat een goed idee was: hij is een van mijn beste vrienden, dat is een lastig uitgangspunt voor een interview. Uiteindelijk was het onze eigen redacteur die me overtuigde, het leek haar leuk als Job tijdens het interview voor mij zou koken. Dat leek mij ook heel leuk; Job kookt namelijk nooit voor me. Wel komt hij regelmatig eten, meestal is hij dan ongeveer een uur te laat, zodat de boodschappen al gedaan zijn en het eten warm op tafel staat. Wel heb ik altijd een vermoeden gehad dat hij goed kan koken; zijn ouders runde tot een paar jaar geleden een Frans restaurant op de Zandhoek en als kind at hij vaker dan hem lief was in chique restaurants, waar zijn vader als recensent het eten beoordeelde. Job houdt van eten, wat ook een 3voor12-reporter tijdens Pitch Festival opmerkte: “Waarom eet de 'jonge hond-dj' Job Jobse chips tijdens het platen draaien?”, vroeg hij zich af. Als je je dat afvraagt, ken je Job nog niet.

Het is maandagavond als ik bij Job binnenstap. Hij heeft net Steffen Bennemann en Consti uitgezwaaid, DJ’s uit Leipzig die zaterdag in Trouw en zondag in Basis draaiden, en tussendoor Jobs bank boven een hotel verkozen. Job is moe en wil iets chills eten; we halen pasta, kip, pecorino, pesto, rucola, avocado, pijnboompitten en mozzarella. Als ik de pasta afgiet en merk dat Job niet in de keuken is, besef ik dat er iets is misgegaan. Nadat hij zei even de was uit te moeten hangen, heb ik hem niet meer terug gezien. Vanaf de bank roept hij of hij nog moet helpen.

Tijdens het eten vraag ik Job naar zijn hoogtepunt als DJ, ik heb beloofd niet te moeilijk vragen te stellen.
“Dat was Club der Visionaere, in Berlijn. Ik mocht draaien op de seizoensopening in de lente van 2012, tussen DJ’s als Tale of Us en Richie Hawtin. Ik heb uiteindelijk iets van tien uur gedraaid. In eerste instantie stond ik alleen gepland voor de zondagmiddag, maar dat ging kennelijk zo goed dat ze me vroegen ook nog af te sluiten op maandagochtend.”

Ik had verwacht dat je een zomerfestival zou noemen.
“Jaaaaa, natuurlijk, dat is ook te gek. Pitch bijvoorbeeld, was zo tof. Omdat het begon te regenen, draaide ik ineens voor een volle Westerliefde, iedereen kwam daar schuilen voor de regen. Fuck it, dacht ik toen, ik draaide Energy Flash, als derde plaat en vanaf dat moment was het party. Of 8Bahn Festival, toen we met Malawi draaide: met alleen maar vrienden in de zon onze favoriete platen draaien. Alleen maar anthems eigenlijk, achteraf.”

Toen Barnt laatst op bezoek was, vertelde hij dat alleen b2b draait als het spontaan ontstaat, anders voelde hij zich er niet goed bij. Hoe werkt dat bij jou?
“Ik snap het wel, in mijn eentje draai ik ook altijd beter. Maar zoiets als wat we nu met Malawi doen (DJ-collectief bestaande uit Arif, Joeri, Andrei, Job en ondergetekende red.), dat helpt me juist ontzettend. Het idee van Malawi was om op eigen, kleine feestjes al onze favoriete muziek dwars door elkaar te draaien. En nu staan we daarmee gewoon op het fucking Lentekabinet. En het toffe is, die tracks die ik eerst alleen bij Malawi draaide, draai ik nu in mijn eentje ook. Laatst draaide ik The Opposites in Berlijn – kan gewoon. En aanstaande vrijdag voor Mano draai ik die misschien wel weer. Kijk, weet je wat het is? Ik koop al jarenlang platen: hiphop, r&b, sixtiespop, disco – van alles. En toen ik een paar jaar geleden bij de WC’s van Trouw draaide (de legendarische pleeraves red.), nam ik de platen altijd mee. Maar toen ik eenmaal boven mocht draaien, durfde ik dat eerst niet. Wilde ik goed mixen, house en techno enzo. En nu doe ik dat wel, waar ik nu ook draai, ik heb altijd platen bij me die ik al tien jaar heb.
En er zijn meer DJ’s waar ik graag mee draai. Laatst draaide ik met Yuri (Cinnaman red.) in de Up, dat was te gek - gaan we binnenkort in Trouw weer doen.”

Cinnaman, net als jij ook een resident van Trouw. Schept dat een band of overdrijf ik dan?
“Nee, ik denk niet dat je overdrijft. Toen ik zelf programmeur van Trouw was, heb ik veel met de residents gewerkt en ik ben nu zo trots als ik zie hoe goed het gaat. Sandrien, Tom, San, Yuri: die gaan allemaal sky high. En volgens mij wordt het alleen maar beter. Sowieso is het wat mij betreft echt all eyes on Trouw nu. Elk weekend ben ik daar nog net zo enthousiast als toen ik voor het eerst in 11 was. Dat gevoel gaat niet weg, hoogstens ben ik wat minder snel verrast. En waar ik toen altijd blij was mijn grote helden te zien, kijk ik nu steeds vaker naar de booth en denk ik: Ey, laat mij ff.”

Na het eten luisteren we een mooie nieuwe plaat die Job die dag heeft gekocht – “van Peter Baumann, die ook in Tangerine Dream zat”. We praten over optredens waar we naar uitkijken, het eenjarig bestaan van Malawi in Basis, Drukpers met Mano le Tough en Jobs gigs in Zürich en Miami (“hoe sick!”). We drinken nog een glas melk en als afsluiting vraag ik Job naar z’n drie favoriete platen van het moment – zonder na te denken.
“Mmm okay. Drumz Nightmare van Karizma, The Space Track van Cosmic Baby en mijn edit van Ja, Dat Ben Jij van André Hazes.”

Recept Job’s pasta:

1. Bak de kipfiletfiletblokjes goudbruin.
2. Kook de pasta el dente, giet vervolgens af.
3. Voeg de kipfilet bij de pasta.
4. Gril de pijnpoompitten en voeg ze met de mozzarella, avocado, pecorino, groene pesto en rucola toe.
5. Serveer met een groot glas koude, halfvolle melk van Arla.
 
Tekst: Luc Mastenbroek
Foto's: Arif Malawi