NL | EN
Deeldit
opFacebook
Deeldit
opTwitter

No Pussy Shit

No Pussy Shit

09-01-2013 | 10.48

12 januari is de tweede editie van Club Night in Trouw. Organisator en resident DJ Makam sprak met Luc over hits, party en techno.

Het interview is ongeveer een uur onderweg als ik Makam vraag naar zijn ergernissen in het Amsterdamse nachtleven. Zijn antwoord houdt ergens het midden tussen muziek die niet echt is, niet puur is, of niet vanuit het hart gemaakt wordt. Ik lach en zeg dat het wel wat concreter mag. En waar Makams eerste antwoord zoekend en haperend tot stand kwam, is hij nu stellig:
“Kijk, soms kom je om 23.00 uur een club in lopen en zie je een DJ een beetje relaxed plaatjes staan draaien. Niemand danst, mensen chillen een beetje, zitten een beetje. Ik snap dat niet hè!? Als je buiten in de rij voor een club hebt staan wachten, dan wil je toch gewoon party als je binnenkomt. Gewoon gelijk, bám, erin. Dat slappe, daar kan ik me wel aan ergeren ja.”

Het is 11 december en hondenweer als ik Makam interview; gelukkig wonen we in dezelfde buurt en hoef ik alleen langs het Oosterpark te fietsen om bij zijn huis/studio aan de Middenweg te komen. In zijn woonkamer op de eerste verdieping hangt de muur vol met platen die Makam de afgelopen jaren uitbracht en sluipt kat Zip – niet vernoemd naar de DJ – over tafel. Het eerste wat ik graag wil weten is hoe je Makam nou eigenlijk uitspreekt, eerst hoorde ik altijd Ma-kàm, tegenwoordig steeds vaker Mekkem. Volgens Guy, zo heet hij ook nog eens, maakt het allemaal niet uit.

Het was een rustig weekend, vertelt Guy. Geen gigs, veel in de studio gezeten – nieuwe tracks gemaakt. Ik vraag of hij sinds What You Doin’, zijn hitsingle op Dekmantel, veel meer gigs heeft en dat was misschien niet zo’n slimme eerste vraag.
“Nee man, daarvoor draaide ik ook al veel. Misschien iets meer, maar verder niet. Maar het verschil nu is dat iedereen die track wil horen, hij wordt altijd aangevraagd. En weet je, nu draai ik hem nog wel, maar dat blijf ik niet langer meer doen. Dan draai ik hem gewoon niet meer. Fuck it dan, daar heb ik gewoon schijt aan. Ik vind hem nu nog wel vet hoor, maar hij is al een jaar oud. In één dag heb ik hem toen gemaakt: sample, baslijn, drums erbij – klaar. Een tijdje later stuurde Jan (van Kampen red.) de mp3 naar Nina (Kraviz red.) en zij draaide hem toen in haar RA Podcast. Zo kwam het dat iedereen het al over die track had, voordat-ie uitkwam. En toen hij deze zomer uitkwam, toen werd hij veel gedraaid ja, ook door mij.”

Wat cool was toch, om een hit te hebben?
“Een hit, vind je het een hit? Een hit is toch meer iets wat je overdag op de radio hoort. Ik weet dat deze weleens ’s nachts op 538 voorbijkwam, maar een hit… Een echte clubtrack, dat is het. Maar het is maar één kant van wat ik doe, ik heb niets gemaakt op What Ya Doin’ lijkt. Ik maak nu tien jaar muziek, ik heb echt van alles gedaan.”

Laten we het hebben over waar je nu mee bezig bent.
“Sowieso nieuwe Makam-dingen. Ik bereid weer een album voor op Sushitech (Berlijns label dat How LongIs Now? en Dreams of Tomorrow, respectievelijk Makams laatste album en EP, uitbracht red.) en ik ben bezig met iets met Tom Trago. Daarnaast ben ik een nieuw project begonnen, voor de dingen die niet bij Makam passen. Makam is voor mij house, en lieve liedjes. En de afgelopen tijd had ik tracks gemaakt die daar echt niet bij pasten, die misschien niet altijd zijn weggelegd voor mensen die Makam liken. Dat nieuwe project is echt heftige shit – hard, zwaar en donker.”

Guy laat trots de platen van zijn nieuwe project zien, maar vraagt me de naam ervan niet op te schrijven.
“De eerste twee 12”s liggen nu in de winkel, en ik vind het tof als mensen ze gewoon pakken zonder dat ze weten wat het is. Misschien komt het vanzelf wel uit dat ik het ben, maar ik vind het cool dat het nu los van mij staat.
En het werkt goed zo weet je, ik hoor van mensen dat het opgepikt wordt, in Berghain worden die platen regelmatig gedraaid. En, zonder dat ik arrogant wil klinken, ze klinken echt goed. Het is geen shit die maakt als je net begint, snap je? Ik maak nu tien jaar muziek, dit is geen beginnersshit.”

Om de platen te luisteren, verhuizen we naar de studio, pal naast de woonkamer – de joint en koude blikjes bier gaan mee. Om echo’s in de studio te voorkomen heeft Guy het plafond volgehangen met lakens. Ter demonstratie klapt hij een paar keer triomfantelijk in zijn handen. Geen echo. In de studio staan platenspelers, drumcomputers, een workstation, synths, een mengpaneel, een mic en een Mac met grote speakers. Guy opent Itunes en selecteert zijn nieuwe release, net boven een ouwe van DJ Tiësto.
Hij heeft niet gelogen, vergeleken met zijn tracks als Makam zijn deze zwaar als een olietanker. De studio schijnt geen buren te hebben, dus het geluid kan hard. Guy skipt door de tracks met een grote grijns. Het is dezelfde ironie als waarmee hij draait: lachend, maar zonder genade. Hij kijkt alsof hij zin heeft een club op te blazen.
We luisteren alle drie de releases van zijn nieuwe project om vervolgens te schakelen naar oud vinyl dat hij afgelopen week geript heeft. Jaren 90 techno. Om het te illustreren laat hij via Youtube oude beelden van TMF Dance zien.
“Kijk, zie je? Ze hebben misschien een beetje gekke pakkies aan, maar het gaat wel los weet je. Iedereen danst. Jaren 90 Michel de Hey enzo, dat was goede shit. Hard en snel, maar dat was alles toen.”

Is dat ook wat jullie met Club Night (de nieuwe avondserie van Makam in Trouw) willen? De ondertitel is No Pussy Shit, dat belooft wat.
“Ha ha, we draaien ook pussy shit hoor. Dat is meer een grapje van mij en Antje (mede-organisator Club Night); op onze Facebookpagina plaatsen we tracks als no pussy shit, dat is kale, harde techno, of pussy shit, techno met vocals. We vinden beide vet.
Zaterdag 12 januari is de tweede editie van Club Night, met Benny Rodrigues. De eerste was met Dekmantel, jongens die ik allemaal nog ken uit Den Haag, en toen was de zaal rond middernacht al stijf uitverkocht. Ik opende toen en knalde er gelijk op, binnen een uur zat ik op 129 bpm. Ik heb geen zin om daarmee te wachten, om eerst een beetje te chillen ofzo. Ook al is het nog voor twaalven, als het publiek binnenkomt moet het party zijn.”

Tekst: Luc Mastenbroek