NL | EN
Deeldit
opFacebook
Deeldit
opTwitter

Andere LEGO

Interview met Cinnaman

Andere LEGO

09-12-2012 | 11.40

Vanuit een verzadiging met het donkere ontstond 2,5 jaar geleden het kleurrijke Colors. Zet Cinnaman (lievelingskleur paars; depressief en hoopvol tegelijk) achter de draaitafels en het volledige kleurenspectrum trekt aan je voorbij. Met een hogere intensiteit dan ooit. Want Cinnaman is gelukkig, en dat hoor je.
 
Wat betekenen de Colors-avonden voor jou?
‘Heel veel natuurlijk, die avonden zijn een groot onderdeel van m’n dj-carrière. Het is een omslagpunt geweest toen ik ermee begon, ook in m’n draaien. Ik kwam uit het donkere en ging weer een beetje meer naar mezelf toe, naar hoe ik vroeger draaide. Ik heb een tijd Viral Radio gedaan, wat vrij donker was. Met Colors kwam ik weer terug naar de Rednose-vibe. Net als vroeger weer alles door elkaar heen draaien op een gezellige manier. Wat sexyer en minder puristisch en serieus.
De Colors-avonden zijn begonnen rondom de Engelse sound die me toen heel erg inspireerde, de UK funky-dingen. Maar uiteindelijk is dat ook gewoon housemuziek. Ik noem sowieso alles gewoon housemuziek. Ik heb altijd een zwak gehad voor de Engelse sound; speed garage, 2step. Alles wat we doen met Colors is een soort knipoog naar die sound, we boeken ook veel Engelse dj’s. Ik denk dat Colors een brede avond is geworden, met soms rare combinaties die voor mij zelf heel logisch zijn. Ik werk met andere LEGO dan andere mensen. Het gaat gewoon om de muziek, of het nou hiphop of disco is.’
 
Of klassiek?
‘Ik ben bij Colors ook wel eens de avond begonnen met een half uur alleen maar beatloze muziek. Ambient, klassiek. Ik ben echt een megafan van klassieke muziek, van Satie en Debussy. Ik vind het zó mooi. Ik ben in aanraking gekomen met klassieke muziek door een plaat die ik ooit samplede, van de Japanner Isao Tomita, gevonden in een tweedehandswinkel. Toen ik de achterkant zat te lezen, kwam ik erachter dat hij allemaal stukken klassieke muziek naspeelde. Sindsdien heb ik een ding voor klassiek. Heerlijk om thuis te luisteren. Lekker hard. Op de bank, gewoon luisteren. Stiekem met een rood wijntje ernaast. Dan ben ik net een ouwe vent, voel ik me net m’n opa.’
 
Niet lang geleden is jouw aflevering van My Son the DJ online gekomen. Hoe was het om daaraan mee te werken?
‘Heel leuk en heel bijzonder. En ook vererend. Het is een mooi document geworden over mij en m’n ouders. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, ook al had ik eerst twijfels. Ik vond het best wel heftig om zoiets persoonlijks van mezelf te laten zien, en om mijn ouders in beeld te brengen. Wat dat betreft ben ik best wel gesloten, maar soms is het goed om iets meer van jezelf te geven.’
 
Je hebt bij Boiler Room gedraaid. Hoe ging dat?
‘Dat is niet echt een succesverhaal. Ik was ziek, had koorts. En het was een onwennige situatie. Toch vind ik het dan moeilijk om te zeggen ‘ik heb geen zin om te gaan, ik voel me niet zo goed’. Dus ik heb er een paar pijnstillers ingegooid en het toch gedaan. Uiteindelijk ben ik niet blij mee met het resultaat. Ik heb ze gevraagd het van het internet te halen, maar dat hebben ze nog steeds niet gedaan. Ik wil het liefst altijd het beste van mezelf laten zien. Ik denk dat iedereen dat wil.’
 
In een ander interview noemde je het draaien bij Boiler Room ‘weird’.
‘Je zit tegen een muur aan te kijken, terwijl je weet dat er een camera op je staat en dat er misschien wel 30.000 mensen naar je kijken. Dat is toch een soort van raar. En je hebt publiek achter je staan, maar die mensen zie je niet en die hoor je ook niet. Voor mij is het heel belangrijk om reacties te krijgen van het publiek. Dat heb je dan totaal niet. Oké, bij een radioshow ook niet, maar dan sta je in een hokkie en kun je gewoon lekker zonen.’
 
Ontspan je als je aan het draaien bent?
‘Steeds meer. Ik ben steeds meer aan het genieten. Ik ga wel lekker nu eigenlijk. Ik ben gelukkig. Dat hoor je denk ik ook wel in m’n muziek en in m’n sets. En misschien werkt het ook andersom, dat ik me goed voel omdat mijn muziek goed gaat. Dingen zijn nauw aan elkaar verbonden.’
 
Dus jij gaat voorlopig niet terug naar je duistere paarse periode?
‘Ik wil niet zeggen dat paars per se duister is. Maar ik ga nu even niet terug, nee. Ik zou wel een glazen bol willen hebben zodat ik in de toekomst zou kunnen kijken, af en toe.’
 
Ja? Zou je in een glazen bol willen kijken? Als ik ‘m nu in m’n tas zou hebben...
‘Euhm nee, toch niet. Ik hoef het niet te weten. Dat is toch het mooie aan het leven: verrassing. Als je alles al weet wordt het saai.’

Tekst: Tessa Velthuis