NL | EN
Deeldit
opFacebook
Deeldit
opTwitter

Zieke Barnt

Zieke Barnt

08-11-2012 | 14.42

Eigenlijk zou Barnt niet draaien, 24 juni in Keulen. Toch stond hij na de Pachanga Boys, Tim Sweeney, Job Jobse en de onovertroffen Zombies in Miami achter de draaitafels van de kleine Sixpack-bar, de lange avond af te sluiten. Hij draaide The Age of Love; wij riepen “Zieke Baaaaaaaaaaaaaaaarnt”. Die bijnaam heeft hij een aantal zaken te danken, die ik hier uit de doeken zal doen.

Het was oktober 2010 toen we de gewoonte ontwikkelden bij zware, trage, primaire drums aan mammoeten te refereren. We wilden niets liever toen: het moest klinken als een rituele tocht, als voortvarende, stevige stappen. Tijdens de Border Community-nacht met Amsterdam Dance Event, werd er richting het einde van de nacht één stuk gedraaid dat werkelijk alles sloeg. De volgende ochtend werden via de mail, naar traditie, ID's uitgewisseld en een goed geïnformeerde fan gooide Collection in de groep.  Dit rituele hoogtepunt was net uitgebracht op Magazine, een sub-label van Kompakt, geleid door Barnt en Jens-Uwe Beyer. Nooit had iemand van Barnt gehoord, maar zijn introductie kon niet beter. Collection is en was alles wat ik wil horen, en het titelnummer van de EP – What Is a Number, that a Man May Know It? – ook.

In de maanden die volgden bleek dat wij niet de enige waren die de EP fantastisch vonden: Steffen Bennemann draaide Barnt vrijwel altijd, Superpitcher ook en Dan Snaith opende er zijn RA Podcast mee. En toen, in de nazomer van 2011, begon een echt grote DJ zich ermee te bemoeien. Dixon mixte een beatloze edit van Collection in zijn bijdrage aan de Live at Robert Johnson-series, en hij liet Trouw letterlijk op zijn grondvesten trillen met Barnts nieuwe plaat Hark. Ik schrijf letterlijk: omdat er in Hark een bepaalde frequentie (of echo, vraag me er het fijne niet van) zit, die alle ruiten in Trouw deed trillen, met een beangstigend kabaal als gevolg.
Maar vooral draaide Dixon Geffen. Keulse kermis-wave die in elke club het publiek optilde, door elkaar schudde en weer neerzette. Een plaat die klinkt als een uit de hand gelopen grap over een Duitser en een dronken Colombiaan.

Uit mijn hoofd weet ik dat Barnt 4 mei 2012 op Drukpers zijn debuut in Trouw maakte – de poster van deze nacht (een vrij briljante collage van beelden van Depeche Mode, A$AP en New Order – als ode aan het Magazine-artwork) siert sinds die nacht mijn deur. Ook zie ik de avond nog vrij goed voor me: na Mano le Tough sloot Barnt Trouw af, en volgens mij heb ik Trouw in de nacht nooit zo leeg gezien. Barnt draaide een harde rave-set, maar geen Geffen, wat het handvol publiek die er was wel het hele laatste uur geschreeuwd had. Toen Job, Barnt (nee, dit is niet zijn echte naam) en ik rond half 6 naar buiten liepen, zat dezelfde handvol publiek buiten te wachten, om op Barnt af te stormen en hem Geffen vanaf hun telefoon te laten horen. Hij wist niet wat hij meemaakte (They have Geffen on their phone, I can't believe it!), en wij eerlijk gezegd ook niet. We dansten op het geluid uit de telefoonspeakertjes, en de nacht kon geen betere toegift kennen.

En een maand later stonden we, goede vrienden en ik, in Keulen om Job te verrassen. Ik had net gedraaid in het Rotterdamse Pakhuis met de onvolprezen Mattheis, en met de auto waren we vanuit Rotterdam via Tilburg naar Keulen getrokken. In een kleine, volle, dronken bar draaide de Pachanga Boys een wereldset, en waren Zombies in Miami zelfs nog iets beter; Italië won van Engeland en wij zeiden tegen elkaar: Wat is die Barnt toch een zieke gast, en een bijnaam was geboren.
Mocht je aanstaande zondag een kleine groep vol overtuiging horen schreeuwen – dan roepen ze waarschijnlijk Zieke Baaaaaaaaaaaaaarnt. Doe dan gerust mee.

Tekst: Luc Mastenbroek